Tegenboschvanvreden; Lorian Gwynn – What Lingers, What Shifts

Sommige schilderijen van Lorian Gwynn (2001) zijn jaloersmakend goed. Niet omdat het perfecte schilderijen zijn, maar juist omdat je ze bijna voor je ogen ziet ontstaan en weer uit elkaar […]

Sommige schilderijen van Lorian Gwynn (2001) zijn jaloersmakend goed. Niet omdat het perfecte schilderijen zijn, maar juist omdat je ze bijna voor je ogen ziet ontstaan en weer uit elkaar vallen. Het ene moment zie je herkenbare mensfiguren, op het andere moment vallen ze uit elkaar in verzadigde vlekken van verf.

In die vlekken van verf maakt Gwynn onnavolgbare keuzes; vreemde kleurcombinaties stapelen zich op totdat er een moment ontstaat waarop het beeld zowel totaal vanzelfsprekend is als zichzelf ondermijnt. De kleuren en structuren wringen met elkaar, zotdat het doek tegelijk vlak en ruimtelijk oogt. Een groen schilderij met een donkerrode vlek die net naast het hoofd ligt, vormt toch het hoofd, waardoor het lijkt te bewegen. In een ander werk zie je een zinderend geel dat de contouren van een hoofd aangeeft, als een aureool, waardoor de figuur op je af lijkt te komen of juist van je weg beweegt. In al deze gevallen zie je zowel het figuur als de vanzelfsprekendheid waarmee het is ontstaan. Ontstaan, omdat je dit wel kunt bedenken, maar in de praktijk lukt dat nooit. In ieder werk zie je hoe Gwynn op zoek gaat naar wat het schilderij is en wil zijn. Voortdurend worden onwaarschijnlijke handelingen gekozen om langzaam richting een beeld te bewegen dat tegelijk zichzelf wil zijn en niet. Zo zijn er meerdere portretten waarin vlekken op de gezichten verschijnen in contrasterende kleuren. Het maakt het uiteindelijke schilderij terwijl er niemand zal zijn met zulke heftige acne. In de schilderijen van Gwynn zijn ze heel vanzelfsprekend; ze zijn er en ze zijn er niet.

Toegegeven: niet alle werken zijn even raak. Met name bij de grotere werken is het formaat te dominant om je te wijzen op de schilderkunstige vindingrijkheid die in het werk van Gwynn zit. Juist bij de kleine, meer beheersbare portretten zie je hoe ze de verf zijn gang durft te laten gaan en dingen laat ontstaan. Het levert een helderheid op in de schilderkunstige ingrepen die navolgbaar wordt.

Het zijn werken die je in het echt moet zien. Hoewel de bonte kleuren anders doen vermoeden, zit er een materialiteit in de werken die zich moeilijk laat vertalen naar het fotografische beeld.