Stedelijk Museum; Dahn Vo – πνεῦμα (Ἔλισσα)

De beneden verdieping van de badkuip ishet Stedelijk Museum is een mooie, grote open ruimte, en daarmee een lastige plek voor een tentoonstelling. Idealiter maak je optimaal gebruik van het […]

De beneden verdieping van de badkuip ishet Stedelijk Museum is een mooie, grote open ruimte, en daarmee een lastige plek voor een tentoonstelling. Idealiter maak je optimaal gebruik van het feit dat het zo’n grote open ruimte is, maar dan zie je vaak alle werken in één oogopslag. Of je plaatst wanden zodat je als kunstenaar een eigen route en ruimtelijke dramaturgie kunt ontwikkelen, maar dan verdwijnt snel de openheid van wat die ruimte juist karakteristiek maakt.

Deze ruimte vraagt dus om een innovatieve manier om de ruimte te doorbreken en tegelijk open te houden, zodat die enorme reikwijdte overeind blijft. Het gaat om optimaal gebruikmaken van de ruimte, zonder de inherente nadelen ervan.

Als er iets is dat bij deze solotentoonstelling van Dahn Vo (1975) blijft hangen, is het wel de wijze van presenteren. Aan de armaturen van de verlichting heeft hij vurenhouten balken laten afdalen. Aan deze hangende balken zijn verschillende werken en ruimtes bevestigd. Zo blijft de vloer vrij, blijft de volledige ruimte leesbaar en is tegelijk niet alles in één oogopslag zichtbaar.

Dat wil niet zeggen dat er geen wanden zijn geplaatst, maar dit zijn eerder open constructies waaraan een enorme hoeveelheid foto’s is gehangen. Het zijn beelden van bloemen in een Berlijnse bloemenwinkel, waarbij hij zijn vader in kalligrafie de wetenschappelijke naam heeft laten toevoegen. De lijsten zijn van walnotenhout van de boerderij van de familie McNamara, waarvan Robert McNamara verantwoordelijk was voor de strategie van de Vietnamoorlog, een oorlog waardoor Dahn Vo en zijn familie in 1979 het land moesten verlaten.

Die foto’s van bloemen vormen een rode draad door de gehele presentatie, samen met de spaarzaam gepresenteerde bloemen in vazen. Het is een mooi voorbeeld van Vo’s werkwijze, waarbij objecten en materialen zowel biografisch, historisch als spiritueel geladen worden ingezet. Hij maakt niet zozeer werk zoals een schilder of beeldhouwer dat zou doen, maar geeft context aan objecten door ze met elkaar samen te brengen. Soms zul je de tekstbordjes moeten lezen om te weten dat bijvoorbeeld zijn vader de kalligrafie doet, en hoe sommige objecten verbonden zijn met de geschiedenis van Dahn Vo. De werken ontvouwen zich dan als een poëtisch samengaan van betekenisvolle objecten, waarin verschillende werelden samenkomen zonder elkaar geweld aan te doen. Eigenlijk exact wat je wil van een solotentoonstelling, dat deze een nieuwe wereld onthuld.

Tegelijk geldt dat ook wie de tekstbordjes niet leest, veel van deze ingrepen niet kan missen. Het kratje van Coca-Cola en het middeleeuwse houten sculptuur zijn eenvoudige maar sterke vondsten die ook zonder enige duiding dat samenspel van betekenissen zichtbaar maken.

Vo is een van de eersten die de badkuip op een passende manier weet te vullen. Hij maakt optimaal gebruik van de leegte van de ruimte: er is veel te zien, en tegelijk is niet alles in één oogopslag helder, zonder dat er muren worden geplaatst of een benauwde sfeer ontstaat. Het werk krijgt daardoor de nodige lucht en biedt ruimte voor verbindingen tussen werken die ver uit elkaar staan: nog wel in elkaars zicht, maar geen onderdeel van hetzelfde geheel. Ook het gebruik van de bloemenfoto’s en de bloemen zelf werken als een visueel bindmiddel dat de tentoonstelling samen brengt.

Al met al is deze tentoonstelling een aanrader, al is het maar ter inspiratie voor de vraag hoe je met zo’n ruimte kunt omgaan.

Deze tentoonstelling is nog tot en met 2 augustus te bezoeken bij het Stedelijk Museum te Amsterdam.