Ik ben geen liefhebber van het werk van David Shrigley (1968) dat bestaat veelal uit tragikomische grappen. Want, wat blijft er over van het werk als de grap voorbij is? Vaak is het een wat lullig gemaakte tekening of een uitbestede ingreep. Ik denk dan aan de kneuterige bad drawings die floreren in de vorm van tatoeages. Of aan zijn ingreep op de Fourth Plinth, Really Good, in de vorm van een gigantische bronzen duim. Het werk is lichtvoetig en daarmee ook toegankelijk. Veel uitleg heeft zijn werk niet nodig; dat is zijn kracht. Tegelijk maakt het dat soms ook nogal banaal. Nogmaals, wat als de grap voorbij is? Is het dan niet simpelweg zo dat de grap het feitelijke werk is en de rest irrelevant?
Een veelheid aan grappen kan wel degelijk iets zeggen over de wereld. Dat is wat Shrigley doet in de vorm van de eerder genoemde tekeningen, maar ook via installaties in verschillende media en in dit geval de zaalteksten. Als er iets is dat beklijft, is het hoe de lulligheid van de grappen en de mislukkingen (zoals het feit dat de inflatable van de duim eigenlijk net niet past in de Kunsthal) een menselijke relativering met zich meebrengen. Het is een combinatie van bescheidenheid, persoonlijke zaalteksten die inzage geven in het idee, en een just do it-mentaliteit die deze veelheid aan werken aanstekelijk maakt. Het meest persoonlijke moment van het mislukken en lulligheid wordt een universeel handgebaar naar de bezoeker: “Als ik het kan, kun jij het ook.” Hij zegt het nog net niet letterlijk in de zaalteksten.
De tragikomische grappen zijn wat dat betreft niet het beeld, maar onderdeel van een veel grotere boodschap. Niet alleen dat dingen mogen mislukken, maar dat het niet proberen om iets te doen wellicht het grootste verlies is. Ik ben nog altijd geen liefhebber van het werk van Shrigley, maar heb dankzij deze tentoonstelling wel veel meer begrip voor zijn praktijk als geheel. Het is toegankelijk, vermakelijk, en voor anderen hopelijk een aanleiding om ook iets te doen; hoe lullig het ook kan zijn.
















































Deze tentoonstelling is nog tot en met 3 mei te zien bij de Kunsthal in Rotterdam.
![Kunsthal; David Shirgley – What the Hell Was I Thinking? Ik ben geen liefhebber van het werk van David Shrigley (1968) dat bestaat veelal uit tragikomische grappen. Want, wat blijft er over van het werk als de grap voorbij is? […]](https://i0.wp.com/www.lost-painters.nl/wp-content/uploads/2026/01/Kunsthal-Rotterdam.jpg?resize=640%2C250&ssl=1)

Laat een reactie achter;