Vanaf vandaag openen de deuren van De Ateliers voor publiek. De komende twee weken is er te zien wat de artistieke output is van de tien deelnemers die hier de afgelopen twee jaar hebben gewerkt. Jaarlijks markeert de presentatie van De Ateliers het begin van het eindexamen-seizoen. Dit jaar valt die opening iets later dan gebruikelijk. In tegenstelling tot reguliere eindexamenpresentaties gaat het hier niet om afstudeerders, maar om kunstenaars die hun opleiding al hebben afgerond en een bestaande praktijk verder ontwikkelen binnen een postacademische setting. Het instituut functioneert als een tijdelijk verdicht veld waarin praktijken verder worden ontwikkeld.
Wat de afgelopen jaren opvalt, is dat zich binnen deze setting een vrij herkenbaar spectrum aan praktijken blijft herhalen. De formele schilderpraktijk, de beeldhouwer die objecten in onverwachte combinaties presenteert, de filmmaker met een biografische insteek, de filmmaker die zich richt op formele structuren, en de kunstenaar die ironie inzet. Het is een grove typering, maar juist die herhaling maakt zichtbaar hoe stabiel bepaalde posities binnen dit type instituut blijven functioneren. Opvallend daarbij is dat deze praktijken zich nauwelijks bezig houden met politiek-maatschappelijke vraagstukken die zo alomtegenwoordig lijken binnen het werkveld. Dat hoeft op zichzelf geen tekortkoming te zijn, maar het maakt wel dat de eindpresentaties van de Ateliers tot op zekere hoogte inwisselbaar lijken te zijn omdat het steeds dezelfde soort vraagstukken herneemt.
Op die cyclus lijkt de presentatie van Juliette Hengst ook op te wijzen. In de wasbakken van de ruimtes zijn stapels oude catalogi achtergelaten. Ze zijn restmateriaal dat verwijst naar eerdere generaties die hier hun plek hadden. Het instituut verschijnt zo niet als een beginpunt, maar als een doorlopende cyclus van instroom en verdwijning. Want naast elke belofte van ontwikkeling is er ook de realiteit van uitval of geleidelijke onzichtbaarheid. Sommige kunstenaars zullen zich de komende jaren verder in het veld verankeren, anderen verdwijnen vrijwel geruisloos. Slechts enkelen zullen een structurele positie verwerven. De Ateliers functioneert daarmee evenzeer als selectieapparaat als plek voor ontwikkeling, al wordt dat eerste zelden expliciet gemaakt.
Wat resteert is een dubbel gevoel: enerzijds de overtuiging dat er hier degelijk en geconcentreerd werk mogelijk is, anderzijds de herkenbaarheid van een institutionele vorm die zichzelf telkens opnieuw stabiliseert via vergelijkbare artistieke types en uitkomsten. Het beeld van vernieuwing blijft aanwezig, maar wordt voortdurend ingekaderd door een vrij constante set van praktijken. Die zijn soms meer inspirerend dan andere keren. Maar het hangt nog van zo veel factoren af of ook de tien kunstenaars van deze editie een resonantie in het veld gaan vinden. Ik hoop het ieder jaar.
Hier volgt een beeldverslag van wat er zoal te zien is.







































De eindpresentatie van deze tien kunstenaars is nog tot en met 14 juni te bezoeken.
![De Ateliers; Offspring 2026 – Constant Ballads Vanaf vandaag openen de deuren van De Ateliers voor publiek. De komende twee weken is er te zien wat de artistieke output is van de tien deelnemers die hier de […]](https://i0.wp.com/www.lost-painters.nl/wp-content/uploads/2026/05/Ateliers-scaled.jpg?resize=640%2C250&ssl=1)

Laat een reactie achter;