Roger Katwijk; Coen Vunderink – Thin Places

Aan de ene kant is het werk van Coen Vunderink (1979) bijna bedrieglijk vertrouwd. Kleurrijke landschappen waarin een groep bomen de compositie kadert, met daarachter een meer en een bosrand […]

Aan de ene kant is het werk van Coen Vunderink (1979) bijna bedrieglijk vertrouwd. Kleurrijke landschappen waarin een groep bomen de compositie kadert, met daarachter een meer en een bosrand aan de overzijde. Het zijn haast typische brave romantische voorstellingen die ook door Bob Ross hadden kunnen zijn geschilderd. Maar aan de andere kant, achter die ogenschijnlijke rust schuilt een veel gelaagder schilderkunstige praktijk. Wie Vunderinks oeuvre al langer volgt, herkent in deze werken sporen van zijn eerdere experimenten met tempera en spuitbus, waarmee hij silhouetten van kant- en textielpatronen aanbracht. Sommige van die composities vormen het vertrekpunt van de huidige schilderijen, waarin lagen van acrylverf, olieverf, krijt en houtskool zich over elkaar heen stapelen.

De spanning tussen herkenbare voorstelling en schilderkunstige ingreep maakt het werk interessant. De landschappen functioneren als een vertrouwd decor waarbinnen de verfexperimenten zich kunnen tonen. Daardoor vallen details des te sterker op: een onnatuurlijke roze penseelstreek midden in het doek, een haast losgezongen regenboog van kleur linksonder, of het schrille phthalo-groen dat zich nauwelijks laat verenigen met een naturalistisch landschap. Wat eerst behaaglijk lijkt, blijkt bij nader inzien juist vol gelaagdheid te zitten. De voorstelling niet meer dan een noodzakelijk kwaad.

De schilderijen balanceren tussen de romantiek van de voorstelling en haar schilderkunstige constructie. Ze hebben iets los en impressionistisch, en tegelijk blijft overal voelbaar dat deze beelden zijn opgebouwd uit lagen van schilderkunstige gebaren. De romantiek schuilt hier minder in het landschap zelf, maar in het idee van de eenzame schilder op zijn zolderkamer die in alle toewijding bezig is een schilderij te maken: het langdurig zoeken, overschilderen en stapelen van gebaar op gebaar totdat het werk er is. Het volgen van dat proces is goed te doen bij deze werken, en leidt soms tot verrassende eindresultaten. Zoals die eerder genoemde vreemde roze kwaststreek en regenboog. Het zijn ingrepen die normaal gesproken niet zouden werken, maar in deze schilderijen soms juist de kracht zijn omdat de voorstelling het toelaat.

Het werk van Vunderink zoekt het niet in spektakel of groot gebaar. De kracht zit juist in de manier waarop een ogenschijnlijk traditionele voorstelling langzaam openbreekt en steeds meer schilderkunstige informatie prijsgeeft en eigenlijk dus over iets heel anders gaan…

Deze tentoonstelling is nog tot en met 30 mei te zien bij Galerie Roger Katwijk te Amsterdam.