Museum Beelden aan Zee; Magali Reus – Tales and Reals

Een schilderij is een venster op een andere wereld, een sculptuur staat in onze wereld. Waar een canvas afstand creëert, komt een sculptuur juist naar je toe. Het beste wat […]

Een schilderij is een venster op een andere wereld, een sculptuur staat in onze wereld. Waar een canvas afstand creëert, komt een sculptuur juist naar je toe. Het beste wat het kan doen is ingrijpen in de werkelijkheid door deze te manipuleren of te ontregelen. Het kan zowel een illusie zijn, om de werkelijkheid daarmee in twijfel te trekken, als de bezoeker juist confronteren met de illusie van de werkelijkheid zelf.

In de werken van Magali Reus (1981) gebeurt eigenlijk beide tegelijk. Haar werk vertrekt vaak vanuit ogenschijnlijk alledaagse objecten, ze zijn nooit zoals je ze normaal zou aantreffen. In veel gevallen is dat een verschuiving in schaal en toevoegingen die het object buiten zijn vertrouwde logica plaatst. Wat op het eerste gezicht herkenbaar lijkt, blijkt bij nader inzien vreemd geconstrueerd. Denk bijvoorbeeld aan de sardineblikjes die in de tentoonstelling opduiken. Ze zijn herkenbaar, maar tegelijk uit proportie: eerder het formaat van een flinke wasmand dan van een blikje met vis uit de supermarkt. Op foto’s is die schaalverschuiving moeilijk te vatten. In de tentoonstelling zelf wordt die schaalverandering onmiddellijk voelbaar en inherent vreemd. Het is duidelijk zo’n blikje, maar het is het duidelijk totaal niet.

Die overtuigingskracht is alleen mogelijk door vakmanschap. De technische beschrijvingen van de werken lezen als een opsomming van industriële bewerkingen: walsen, lassen, smeden, poedercoaten, zandstralen, fosfateren, polijsten, lasersnijden, airbrushen, waxen, oliën. (Ik heb het bij de omschrijvingen ingekort omdat mijn server zulke lange namen niet kan verwerken.) Het resultaat is een object dat oogt alsof het eenvoudigweg bestaat, alsof het uit de wereld is geplukt. Terwijl het in werkelijkheid dus een zorgvuldig opgebouwde constructie is. De illusie schuilt niet alleen in een perfecte nabootsing van bijvoorbeeld dat blikje, maar in de vanzelfsprekendheid waarmee deze objecten zich aandienen. Ze lijken vertrouwd, maar zijn dat niet. Pas in de fysieke ontmoeting wordt duidelijk hoe vreemd hun logica eigenlijk is: proporties kloppen net niet, onderdelen horen niet bij elkaar, materialen gedragen zich anders dan verwacht. Het klopt eigenlijk helemaal niet, maar het oogt alsof het altijd al zo had moeten zijn.

Opmerkelijk is bovendien hoe bescheiden de sculpturen in omvang blijven. Geen enkel werk is wezenlijk groter dan een mens. In de ruime zaal van Museum Beelden aan Zee benadrukt dat formaat juist de ruimtelijkheid van de presentatie. De sculpturen staan ver uit elkaar, waardoor de leegte tussen de werken bijna even belangrijk wordt als de objecten zelf. Het gevolg is dat de tentoonstelling zich niet in één blik laat overzien. Je moet er naartoe lopen, om de werken heen bewegen, en details van dichtbij bekijken. Dat moet ook wel, veel van de vondsten in het werk openbaren zich pas op korte afstand.

Met deze solopresentatie maakt Reus vooral duidelijk hoe haar sculpturen functioneren: als objecten die zich eerst voordoen als iets vertrouwds, om dat vertrouwen vervolgens langzaam te ondermijnen. Het zijn geen spectaculaire monumenten, maar precies geconstrueerde verstoringen van de alledaagse werkelijkheid. Iets wat juist sculpturen zoveel beter kunnen dan platte media.

Hier dus een uitgebreid beeldverslag, voor de volledige materiaaleigenschappen kun je beter de tentoonstelling echt bezoeken en de zaalteksten bestuderen.

Deze tentoonstelling is nog tot en met 3 mei te zien bij Museum Beelden aan Zee te Scheveningen.