H’ART Museum; Jan Dibbets – 1966-1976 Toward Another Photography

Het is moeilijk om de mythes en het werk van Jan Dibbets (1941) uit elkaar te halen. De biografische details lezen als de droom van iedere academiestudent. Zijn naam en […]

Het is moeilijk om de mythes en het werk van Jan Dibbets (1941) uit elkaar te halen. De biografische details lezen als de droom van iedere academiestudent. Zijn naam en faam zijn verbonden aan legendarische tentoonstellingen zoals deelname aan Op Losse Schroeven (Stedelijk, 1969) en When Atittudes Becomes Form (Kunsthalle Bern, 1969), en aan het feit dat hij vrijwel iedereen kende die er op dat moment nog niet toe deed, maar later wel. Het zijn jaren waarin Dibbets steeds weer op het juiste moment op de juiste plaats blijkt te zijn, een aaneenschakeling van gelukkige toevalligheden maken van hem een spil in de internationale kunstwereld. Als kunstenaar ontwikkelt zich ondertussen van hard-edge schilderijen naar fotocollages met van alles er tussenin. In geen enkel overzicht van naoorlogse Nederlandse kunst mag het werk van Dibbets ontbreken (zoals hier) en toch zijn tentoonstellingen van zijn werk schaars. De laatste solo-tentoonstelling in Nederland vond in museum De Pont in 2001, met destijds recent werk. (Het Stedelijk had in 2016 een reeks opnieuw geprinte grote Colorstudies op zaal, wat geen solo-tentoonstelling genoemd mag worden.)

In H’ART is vanaf 22 januari een overzicht te zien van het werk van Jan Dibbets uit de jaren 1966 tot 1976, de cruciale periode waarin hij zijn werk, reputatie en netwerk opbouwde. De tentoonstelling is min of meer chronologisch ingedeeld, met een grote installatie in de grootste zaal waarin werken uit verschillende periodes zijn samengebracht. Het geheel is links en rechts aangevuld met archiefmateriaal zoals uitnodigingen, posters, catalogi en schetsen. De ontwikkelingen in zijn werk blijken zich razendsnel te voltrekken; de ideeën volgen elkaar in een ongekend tempo op, waarbij het bevragen van het fotografische steeds meer de voorkeur krijgt. Die fotografie wordt gaandeweg haarfijn gedeconstrueerd: wat een uitsnede doet, wat belichting doet, wat overbelichting doet, wat onderbelichting doet, inzoomen, uitzoomen en panoramische foto’s. Dibbets onderzoekt het allemaal. De tentoonstelling is een boeiende inkijk in die ontwikkeling. Het toont een oeuvre en een houding die, in een wereld die via de fotografische blik wordt gemedieerd, nog altijd relevant is. Juist nu iedereen op zijn telefoon met duizenden foto’s rondloopt, laat Dibbets zien hoe onbetrouwbaar dat medium is. De Perspective Corrections zijn in die zin geen correcties op de wetten van het perspectief, maar een wijzing op de misvattingen van de fotografie als waarheidsconstructies. Ook de (zeker de grote) Colorstudies doen actueel aan. De monochrome foto’s van autolak zijn schilderkunstig en sluiten aan bij wat we ook nu nog zien in fotografie. En dat allemaal meer dan vijftig jaar geleden. Dibbets was er steeds vroeg bij.

En zo eindigt de tentoonstelling in 1976 (al is er ook werk uit 1977), na tien jaar van innovatie en ontwikkeling. Dat is ook direct de enige kanttekening die ik heb: waarom eindigt dit overzicht in 1976? Het is niet alsof Dibbets daarna stil heeft gezeten, of dat zijn werk daarna geen relevantie meer heeft. Het is misschien het tijdsbeeld waarin Dibbets zijn naam en faam bevestigde, dat bij sommigen een zekere nostalgie zal oproepen. En het is ook bizar om te zien hoeveel er in die tien jaar gebeurde in dat oeuvre, dus wellicht is het ook een keuze maken in wat kunsthistorisch gezien de meest belangrijk is? Maar toch, wat heeft hij de overige 50 jaar van zijn leven gedaan? Dit smaakt naar meer.

Al met al, de cruciale vroege jaren van dit oeuvre zijn helder ontsloten in dit overzicht en geven inzage hoe een snotjongen uit Weert zich wist te ontwikkelen tot één van de de belangrijkste kunstenaars uit Nederland. Een aanrader, zeker als je denkt dat je het werk van Dibbets onderhand wel kent.

Deze tentoonstelling is nog tot en met 5 april te zien in H’ART te Amsterdam.