Bonnefanten; Michel Huisman – No52

Je komt de trap op en gaat aan het einde direct rechtsaf; vervolgens loop je door een lange gang in de richting van de tentoonstellingen die er nu te zien […]

Je komt de trap op en gaat aan het einde direct rechtsaf; vervolgens loop je door een lange gang in de richting van de tentoonstellingen die er nu te zien zijn. Het is helemaal niet ongebruikelijk dat er in deze gangen werk getoond wordt, maar dit keer is het anders. Door de ruimte heen galmt een van de laatste pophits. Blijkbaar staat er een radiozender luid afgesteld. Zodra je driekwart door de lange gang heen bent, hangt er een kastje aan de muur.

Het trapje dat er voor staat, verklapt dat de bedoeling is dat je door de gaten heen kijkt. Het is er donker, dus er valt niets te zien. Op de kast zit een knop. Op het moment dat je daar op drukt licht de kijkkast aan de binnenkant op en zie je twee bewegende en raadselachtige wezens die duidelijk een feestje hebben gehad. De radiomuziek verandert terwijl je op die knop drukt abrupt naar het klassieke stuk Dido’s Lament uit de opera Dido and Aeneas van Henry Purcell (ik moet eerlijk toegeven dat ik dat even moest opzoeken). Het veranderd de ruimte totaal.

De kunstenaar Michel Huisman (1957) zal bij de meesten niet direct heel bekend klinken, maar in Maastricht is hij bekend als de kunstenaar van het werk Halfautomatische Troostmachine sinds 2001 te zien is in de voormalige berenkuil in het park. Ook in dat werk zien we een bewegende figuur, in dat geval een meisje die een dode giraf troost. Daaromheen zijn verschillende uitgestorven dieren geplaatst. Elders in het park zit een gedeprimeerde beer met mensenhanden.

Het werk in het museum is recent verworven, maar stamt uit 1993. Blijkbaar was het onderdeel van een groter project met de inmiddels uitgestorven telefooncellen, maar hier in het museum komt het verrassend goed uit de verf. Het is een onverwacht werk zonder dat daar direct veel talige betekenis aan te verbinden is. Hier geen maatschappelijke relevantie of kritiek, maar een confrontatie met een vreemd object.

Het mag geen verrassing zijn dat de kinderen die duidelijk mee moesten van hun ouders dit werk fascinerend vinden. Het werkt zoals ook sommige popmuziek dat doet, refreinen zijn soms zo banaal dat zelfs kleine kinderen mee kunnen zingen. Denk aan Dance Monkey van Tones and I. In tegenstelling tot veel meer serieuze (pop-)muziek kunnen kinderen zich daartoe actief verhouden. Het talige aspect is eenvoudig met als gevolg dat ze mee kunnen doen, niet als alleen luisteraar, maar als actieve participant van muziek als sociaal werkwoord. En daarin zit de crux van waarom dit werk van Huisman zo goed werkt. Niet omdat het een complex inhoudelijk werk is, maar omdat iedereen zich er actief toe kunnen verhouden. Je moet de knop in drukken en vervolgens ontsluit er zich een magische situatie. Deze kermisattractie is alleen maar de kers op de taart, wat het zo goed maakt is hoe de hele gang, de hele presentatie met dit werk beladen is. Dat maakt dat het zo blijft hangen ook al heb ik geen idee meer wat ik precies zag, het totaal is onvergetelijk.

Als een soort visuele oorwurm graaft het zich al een paar weken in mijn hoofd. Het is zo’n werk waarvan je nooit meer vergeet dat je het gezien hebt. En alsnog iedere keer weer nieuwsgierig om het opnieuw te ervaren.

De presentatie van dit werk is in het kader van een nieuwe aanwinst. Tot wanneer het nog te zien is, is niet gecommuniceerd.